Power over cancer
In dit gratis Ebook van Vernon Coleman
veel nuttige tips waarmee je de kans op het krijgen van kanker kunt verkleinen
Download het gratis boek
Kankerartsen informeren
patiënten onvoldoende
Patiënten met een ongeneeslijke vorm van
kanker worden onvoldoende voorgelicht over de behandelingsmogelijkheden. Oncologen
(gespecialiseerde kanker artsen) leggen in hun consulten veel te veel nadruk op
chemotherapie, terwijl dat voor doodzieke patiënten niet altijd de beste behandeling is.
Dit blijkt uit het proefschrift van dr. N. Koedoot, die afgelopen vrijdag promoveerde aan
de universiteit van Amsterdam. Artsen vertellen bijna niets over 'afwachtend beleid',
ontdekte zij.
Dit beleid houdt in dat er geen zware
medicijnen zoals chemo meer worden toegediend. In plaats daarvan wordt de patiënt
nauwkeurig in de gaten gehouden en behandeld met pijnstillende middelen. Aan ongeveer de
helft van de patiënten wordt over deze mogelijkheid helemaal niets verteld. Tachtig
procent van de 140 terminale kankerpatiënten die Koedoot interviewde, koos dan ook voor
chemo. Die behandeling geeft slechts een paar maanden levensverlenging, maar dat vertelt
de arts doorgaans niet. Ook gaat die onvoldoende in op de -soms zware- bijwerkingen van de
chemokuur als misselijkheid en kaalheid.
bron: Trouw 23-9-2003
Plantenstof breekt weerstand
kankercel
Een groep stoffen die van nature
voorkomen in groenten en fruit maakt medicijnen tegen kanker misschien effectiever. Dat
blijkt uit een onderzoek dat de Wageningse toxicoloog ir Jelmer van Zanden publiceerde in
Biochemical Pharmacology.
Als artsen kanker bestrijden met
medicijnen, ontwikkelen de kankercellen vaak een resistentie tegen de medicijnen. Dat
houdt in dat de kankercellen meer eiwitten gaan aanmaken die de medicijnen uit de cel naar
buiten pompen, zodat de medicijnen hun werk niet kunnen doen. We weten op dit moment
nog niet hoeveel transporteiwitten er betrokken zijn bij deze resistentie, zegt Van
Zanden. Waarschijnlijk zijn het er een stuk of vijf, afhankelijk van het soort
kanker en gebruikte medicijnen. De meest voorkomende is multidrug resistance protein 1
(MRP1). Die heb ik onderzocht, samen met het verwante MRP2.
Van Zanden gebruikte cellen met
menselijke pomp-eiwitten als model voor de resistente kankercellen. In zijn experimenten
diende hij ze een fluorescente verbinding toe, die zich gedroeg als de kankermedicijnen
die MRP1 en MRP2 uit resistente kankercellen verwijderen. Door te meten hoeveel licht de
cellen gaven, kon Van Zanden zien hoe goed de pompen functioneerden.
Dat systeem stelde de onderzoeker
vervolgens bloot aan zon dertig verschillende flavonoïden. Uit eerder
onderzoek was al gebleken dat sommige flavonoïden de activiteit van transporteiwitten
kunnen remmen, zegt Van Zanden. Door hun remmende werking met elkaar te
vergelijken wilden we achterhalen wat de chemische structuur is van de meest effectieve
remmer van MRP1 en MRP2. Artsen zouden die misschien kunnen gebruiken om resistentie
tegen kankermedicijnen tegen te gaan. Als het werkt, dan is dat goed nieuws. We
krijgen flavonoïden via onze voeding binnen. De kans dat ze bijwerkingen veroorzaken is
niet zo groot.
Een flavonoïde waarnaar veel humaan
onderzoek is gedaan is quercetine. Op korte termijn leidden zelfs forse concentraties, na
intraveneuse toediening, niet tot bijwerkingen. Van Zanden ontdekte dat sommige
flavonoïden bij die hoge, maar kennelijk veilige concentraties, de moleculaire pompen in
kankercellen vrijwel volledig remmen.
Toen hij naging welke flavonoïden goed
werkten en welke minder goed, kon hij een formule maken die aan de hand van de chemische
en ruimtelijke structuur van een flavonoïde zijn remmende werking voorspelt. De optimale
remmer is zo plat mogelijk en heeft een maximaal aantal hydroxyl- en methoxygroepen.
Chemici zouden de formule kunnen
gebruiken om een superflavonoïde te ontwerpen. De sterkste natuurlijke
remmers van MRP1 die Van Zanden kon vinden waren diosmetin en chrysoeriol. Je vindt
die allebei in citrusvruchten, zegt de onderzoeker. Het zijn metabolieten van
luteoline. Ze kunnen ook in het lichaam ontstaan, als enzymen luteoline omzetten.
De interesse bij artsen voor onderzoek
als dat van Van Zanden neemt toe, merkt de toxicoloog. Artsen waren lange tijd
huiverig voor deze stoffen omdat ze in het lichaam legio processen beïnvloeden,
zegt hij. Ze zijn bang voor bijwerkingen, en geloven daarom liever in
farmacologische stoffen met een minder brede werking. Die zijn ontwikkeld en worden
gebruikt, maar nu ook die bijwerkingen blijken te hebben, komen de flavonoïden weer in
beeld. / Willem Koert
[Bron: Universiteit van Wageningen]
Sinaasappel, niet sap goed voor
darm
Citrusvruchten verhogen de activiteit van
een enzym in darmcellen dat beschermt tegen kanker. Dat schrijven Wageningse onderzoekers
van de afdeling Humane voeding in Carcinogenesis. Het sap van hetzelfde fruit dat je in de
winkel kunt kopen, beschermt echter niet.
De laatste meters van de het
spijsverteringskanaal, de dikke darm en het rectum, zijn gevoeliger voor kanker dan de
rest van de darm. Dat komt, vermoeden onderzoekers, omdat de groep enzymen van de
glutathion-S-transferase-familie (GST) daar niet zo actief is. De enzymen maken
schadelijke stoffen onschadelijk die anders het erfelijk materiaal zouden beschadigen.
De Wageningers wilden weten of voeding de
activiteit van de enzymen op een hoger plan kan helpen. In hun onderzoek keken ze naar de
mu-variant van het enzym, vertelt drs Petra Wark. Er zijn andere varianten actief in de
dikke darm, maar het onderzoek daarnaar gebeurt nu op de universiteit van Nijmegen. Het
onderzoek dat nu is gepubliceerd maakt deel uit van een groter project, waarin Nijmegen en
Wageningen samenwerken.
De Wageningers vroegen hun proefpersonen
naar hun voedingsgewoonten. Toen ze die naast de gemeten niveaus van het beschermende
enzym legden, zagen ze een verband met de inname van citrusfruit, zoals sinaasappels,
grapefruits en mandarijnen. Er was ook een verband met koolsoorten, maar dat was
minder duidelijk, zegt Wark. Kool heeft alleen een positief effect als je een
genetische aanleg hebt om veel van het gemeten type GST aan te maken.
Grofweg de helft van de mensheid is
drager van een gen waarbij de aanmaak van GST mu hoog is. De andere helft mist dat een gen
waardoor de aanmaak gering is. Bij die groep leek de activiteit van het beschermende enzym
juist te verminderen naarmate de proefpersonen meer kool aten. Het verband is niet
significant, zegt Wark. Maar als het later misschien toch significant blijkt
te zijn, dan nog zal dat geen reden zijn om mensen met een bepaalde genetische aanleg het
eten van groenten te ontraden. Ook bij hen hebben groenten op andere plaatsen in het
lichaam juist een positief effect op de gezondheid.
Vruchtensappen hebben geen positief
effect op de aanmaak van het glutathion-S-transferase, ontdekten Wark en haar
collegas. We weten niet waarom, zegt Wark. In citrusvruchten
zitten aurapteen en limonoïden. Uit dierstudies blijkt dat die stoffen de aanmaak van
glutathion-S-transferase verhogen. Het rare is dat Japanse onderzoekers die stoffen ook in
sap hebben gevonden.
[Bron: Universiteit van Wageningen]
Popeyes darmwand is
ijzersterk
Uit praktisch alle studies blijkt dat een
hoge inname van vlees de kans op darmkanker drastisch verhoogt. Onderzoekers van het WCFS
en het Edese onderzoeksinstituut Nizo hebben nu ontdekt dat groente met veel bladgroen dit
schadelijke effect van vlees volledig tenietdoet. Dat schrijven ze in het tijdschrift
Carcinogenesis.
Wie veel rood vlees eet zoals varkens- en
rundvlees, of processed meat zoals Smac, salami en knakworsten, heeft meer kans om
darmkanker te krijgen. In Westerse samenlevingen, waar vlees nog steeds het hart van de
maaltijd vormt, is darmkanker dan ook één van de meest voorkomende vormen van kanker.
Hoe vlees darmkanker veroorzaakt is niet
duidelijk. Een populaire theorie zoekt de oorzaak in stoffen die ontstaan bij het bakken
van vlees, de heterocyclische amines. Dat die verbindingen werkelijk zo gevaarlijk zijn,
is minder waarschijnlijk geworden nadat onderzoekers ontdekten dat die verbindingen in
hogere concentraties ontstaan bij het bakken van kip dan bij het bakken van rundvlees.
Daarom onderzoekt WCFS een andere verdachte stof in rood vlees: de organische
ijzerverbinding haem (spreek uit: heem).
De onderzoekers beschrijven in hun
publicatie dat ze ratten een dieet gaven dat lijkt op dat wat de gemiddelde westerling
binnenkrijgt. Een controlegroep kreeg voer zonder haem. De darminhoud van ratten die haem
hadden gekregen beschadigde de darmwand, ontdekten de onderzoekers, zodat de cellen van
die darmwand zich vaker moesten delen. Daardoor stijgt waarschijnlijk de kans dat er
afwijkende darmcellen ontstaan, die zich ontwikkelen tot kankercellen.
Toen de onderzoekers de proeven
herhaalden met voer waaraan ze ook spinazie hadden toegevoegd, verdween het effect
volledig. De keuze voor spinazie was niet toevallig. Uit epidemiologische studies blijkt
dat een hoge consumptie van groene groenten, en vooral van bladgroenten, de kans op het
ontstaan van darmkanker verkleint. Werkzame stof is waarschijnlijk het bladgroen of het
chlorophyl, ontdekten de Wageningers toen ze de spinazie vervingen door pure chlorophyl en
daarmee dezelfde resultaten behaalden.
Wat het bladgroen precies doet, werd
duidelijk toen de onderzoekers de uitwerpselen van hun proefdieren analyseerden. In de
keutels van de ratten die haem en spinazie of puur bladgroen kregen, vonden de
onderzoekers meer onveranderde haem terug dan in de keutels van ratten die alleen haem
hadden gekregen. Kennelijk voorkomt bladgroen dat het organische ijzer wordt omgezet in
een andere stof en is het die andere, nog onbekende stof, die in de darmen de
cellen aantast. Pogingen van de Wageningers om de structuur van die stof te achterhalen
zijn mislukt. Ze noemen hem voorlopig haem factor.
De onderzoekers vermoeden dat het
gevonden verband tussen haem, bladgroen en darmkanker ook geldt voor mensen. Ze merken
daarbij wel op dat hun ratten meer bladgroenten kregen dan mensen doorgaans op hun bord
vinden. Als de proefdieren mensen waren geweest, dan hadden ze dagelijks bijna een halve
kilo spinazie genuttigd. De onderzoekers gaan nu werken aan proeven met minder chlorophyl.
[Bron: Universiteit van Wageningen]
Opmerking: bronnen van chlorophyl zijn oa
spinazie, chlorella, spirulina, tarwegras.
Nieuwe therapie voor specifieke
vorm van leukemie
Leukemie of beenmergkanker treft
jaarlijks zon 700 Belgen. Voor sommige vormen van leukemie tastte men volledig in
het duister over de oorzaak of aanleiding van deze ziekte. Zo ook voor T-cel acute
lymfatische leukemie of T-ALL. Onderzoekers van het Vlaams Interuniversitair Instituut
voor Biotechnologie (VIB) verbonden aan de K.U.Leuven, ontdekten nu de mogelijke oorzaak
van de ziekte bij 6% van de T-ALL-patiënten. In de cellen van deze patiënten vonden de
wetenschappers kleine cirkelvormige DNA-fragmenten met het kankergen ABL1. ABL1 speelt ook
een belangrijke rol bij andere vormen van leukemie. Het goede nieuws is dat ABL1 te
bestrijden is met het geneesmiddel Glivec. Dit medicament kan nu ook hulp bieden
aan een aantal T-ALL-patiënten.
T-cel acute lymfatische leukemie (T-ALL)
Witte bloedcellen zorgen in ons lichaam voor de bestrijding van vreemde
indringers (zoals virussen en bacteriën). Bij leukemie vindt er een storing in de vorming
van witte bloedcellen plaats. De cellen in het beenmerg die zouden moeten uitgroeien tot
witte bloedcellen, nemen ongecontroleerd in aantal toe zonder volledig te volgroeien. Deze
bloedcellen functioneren onvoldoende waardoor de productie van normale
bloedcellen in het gedrang komt. Dit maakt patiënten onder andere gevoeliger voor
infecties. Leukemie komt voor in verschillende vormen; bij T-ALL ontstaat er op heel korte
tijd een ophoping van onvolgroeide witte bloedcellen. Het is de meest voorkomende kanker
bij kinderen onder de 14 jaar en treft vooral kinderen
tussen het tweede en derde levensjaar. Bij een optimale behandeling, met chemotherapie,
geneest momenteel meer dan de helft van de kinderen.
ABL1: een kankergen met een
belangrijke rol in verschillende vormen van leukemie
ABL1 is een kinase; kinasen zijn eiwitten met een stimulerende functie voor heel
wat processen in de cel, zoals de celdeling in het geval van ABL1. Het is van groot belang
dat de werking van deze kinasen in cellen heel gecontroleerd gebeurt. Als de controle op
hun werking verdwijnt, verstoort dit de normale functie en deling van cellen. Zo ook bij
ABL1 waardoor het een belangrijke oorzaak is van bepaalde vormen van leukemie.
Bestaand geneesmiddel nu ook in
te zetten bij T-ALL-patiënten
Onderzoek van Jan Cools en zijn collegas onder leiding van Peter Marynen
toont voor het eerst aan dat ABL1 ook aan de oorsprong ligt van T-ALL. Dit heeft een
rechtstreeks effect op de behandeling van deze patiënten. Er bestaat immers een
geneesmiddel, Glivec, dat de werking van ABL1 onderdrukt. Het wordt al succesvol toegepast
bij patiënten met andere vormen van leukemie waarbij ABL1 een rol speelt. De nieuwe
resultaten tonen aan dat Glivec ook voor een betere behandeling kan zorgen bij een kleine
groep van T-ALL patiënten. Jan Cools voerde de eerste laboratoriumtests met Glivec reeds
succesvol uit op de kankercellen van deze patiënten.
Ingenieus onderzoek
Het team van Jan Cools en Peter Marynen, samen met Carlos Graux en collegas
van het Centrum voor Menselijke Erfelijkheid onder leiding van Anne Hagemeijer, zag dat
het ABL1-gen in grotere hoeveelheid aanwezig was in de witte bloedcellen van 6% van de
T-ALL patiënten. De genetische code van ABL1 ligt op chromosoom 9. Door een breuk ter
hoogte van het ABL1-gen wordt een stukje DNA afgesplitst dat als het
ware een eigen leven gaat leiden. Dit fragment bevat het ABL1-gen, verbonden
aan een ander gen. Door deze fusie is ABL1 continu actief en stimuleert het voortdurend de
celgroei. Dit proces leidt tot een ongecontroleerde groei van onrijpe witte bloedcellen en
zo tot T-ALL. De onderzoekers legden op die manier een nieuw mechanisme bloot voor de
vorming van actieve kankergenen op cirkelvormige DNA-fragmenten. De vorsers spitsen hun
onderzoek nu toe op de zoektocht naar de rol van ABL1 en andere kinasen bij alle TALL
patiënten. Op die manier hopen ze Glivec en andere kinaseremmers in de toekomst te kunnen
toepassen voor de behandeling van deze patiënten.
Relevante wetenschappelijke publicaties
Het onderzoek van de VIB-wetenschappers uit de groep van Peter Marynen verschijnt
op 1 oktober in het gezaghebbend tijdschrift, Nature genetics (Graux C, Cools J et al.,
Nature Genetics, 36(10):1084-1089 (2004)) en staat on line op de website van het blad: www.nature.com/naturegenetics
Aangezien dit onderzoek bij patiënten veel vragen kan oproepen, willen we u vragen in uw
reportage of artikel te verwijzen naar het e-mailadres dat VIB hiervoor ter beschikking
stelt. Iedereen kan hier met vragen omtrent dit en ander medisch gericht onderzoek
terecht: patienteninfo@vib.be
Plantenstof breekt weerstand
kankercel
Een groep stoffen die van nature
voorkomen in groenten en fruit maakt medicijnen tegen kanker misschien effectiever. Dat
blijkt uit een onderzoek dat de Wageningse toxicoloog ir Jelmer van Zanden publiceerde in
Biochemical Pharmacology.
Als artsen kanker bestrijden met
medicijnen, ontwikkelen de kankercellen vaak een resistentie tegen de medicijnen. Dat
houdt in dat de kankercellen meer eiwitten gaan aanmaken die de medicijnen uit de cel naar
buiten pompen, zodat de medicijnen hun werk niet kunnen doen. We weten op dit moment
nog niet hoeveel transporteiwitten er betrokken zijn bij deze resistentie, zegt Van
Zanden. Waarschijnlijk zijn het er een stuk of vijf, afhankelijk van het soort
kanker en gebruikte medicijnen.
Meer informatie hier
Dierlijk vet leidt tot
prostaatkanker
Uroloog dr. Dijkman wijst op waarde van
goede voeding en Moerman-therapie.
De massale consumptie van dierlijke
vetten is een van de belangrijkste oorzaken van prostaatkanker. Drastische inperking van
de vetconsumptie is daarom als preventieve maatregel zeer aan te bevelen. Ook voor mannen
die al prostaatkanker hebben is omschakeling naar andere voeding aan te raden. Zij doen er
goed aan over te stappen op een dieet dat rijk is aan vis, visolie, vezels, soja,
koolsoorten, tomaten en andere groenten en fruit. Ook de vitaminen D en E zijn van belang.
Deze - voor een reguliere specialist nog
altijd zeer opzienbarende boodschap is afkomstig van uroloog dr. G.A. Dijkman,
verbonden aan het Ignatiusziekenhuis in Breda. Nog niet alle collega-urologen zullen het
hem nazeggen, maar er zit beweging in het artsenfront.
We kunnen er niet meer omheen
gezien de resultaten van onderzoeken waaruit blijkt hoe belangrijk de rol van voeding is,
ten goede of ten kwade. In urologische wetenschappelijke tijdschriften staat over zulke
onderzoeken nauwelijks iets vermeld. Urologen krijgen dit soort informatie dus meestal
niet onder ogen. Die verkokering proberen we in Nijmegen te doorbreken, aldus
Dijkman.
Zijn promotor, prof. Dr. M. Debruyne,
heeft er volgens Dijkman voor gezorgd dat het urologische research laboratorium van de
Katholieke Universiteit Nijmegen (KUN) midden in de kliniek staat.
De Bredase uroloog promoveerde afgelopen
vrijdag aan de KUN op een profschrift over Vorderingen in de beheersing van
prostaatkanker (Progress in the management of prostate cancer).
In een gesprek naar aanleiding van zijn
proefschrift trekt de promovendus ten strijde tegen de dierlijke vetten. Die zijn
heel slecht voor ons. Zij verhogen het risico op prostaatkanker. En ook op borst-,
baarmoeder- en dikke-darmkanker, zo is uit diverse onderzoeken gebleken.
In ons land worden jaarlijks een kleine
5000 nieuwe gevallen van prostaatkanker ontdekt, zo blijkt uit de jongste cijfers (uit
1992) van de Vereniging van integrale kankercentra. De meest recente opgave van het
Centraal Bureau voor de Statistiek vermeldt dat in 1995 zon 2400 mannen aan de
gevolgen van prostaatkanker overleden.
Prostaatkanker (14,1 procent van de
kankerincidentie) komt in Nederland na longkanker (24,3 procent) bij mannen op de tweede
plaats, direct gevolgd door diktedarmkanker (12,2 procent).
Meer info hier
Kankertherapie
Kanker kan op een aantal manieren worden
bestreden:
Voedingstherapieën:
De meest eenvoudige therapie is het eten van abrikozenpitten en/of bittere amandelen (geen
zoete amandelen eten samen met de bittere). Deze bevatten vitamine B17, ook wel amigdaline
of leatrile genoemd. Zo'n 60 pitten per dag worden er aanbevolen.
Er is weerstand tegen dit dieet, omdat de
oplossing te eenvoudig lijkt. De pitten kunnen voor sommigen nogal vies zijn. Maar dit
wordt voor een heel eind gecompenseerd door ze tezamen met abrikozen, appels of appelmoes
te eten. Het is het beste om de abrikozenpitten of bittere amandelen wat verspreid over de
dag in te nemen en niet in één keer. Mensen met bijvoorbeeld leverziekten kunnen
klachten krijgen en kunnen het dan misschien niet aan.
Kleine kinderen hebben een hele grote
lever, daarom wordt deze therapie voor kleine kinderen afgeraden. Voor hen kunnen
abrikozenpitten en bittere amandelen dodelijk zijn.
Meer info hier
Gen op sex-chromosoom
verantwoordelijk voor kanker
Onderzoekers van het VU medisch centrum
hebben een anti-kanker gen ontdekt op het vrouwelijke geslachtschromosoom (X). Deze unieke
ligging maakt het pas ontdekte gen bij uitstek verantwoordelijk voor het ontstaan van
kanker bij de mens. De bevindingen, die 24 oktober 2004 worden gepubliceerd in Nature
Genetics, kunnen een doorbraak betekenen voor de behandeling van kankerpatiënten.
Van veruit de meeste genen heeft de
menselijke cel twee werkzame kopieën. Handig, want mocht er eentje onverhoopt defect
raken, dan zorgt het tweede gen dat problemen worden voorkómen. Uitzondering hierop zijn
de genen op het X chromosoom, die in hun eentje functioneren (dit geldt ook voor vrouwen,
die weliswaar twee X chromosomen hebben, maar daarvan is er telkens maar één actief).
Van alle tot nu toe ontdekte anti-kanker genen, essentieel voor het voorkómen van kanker,
bezit de mens twee exemplaren in elke cel.
Onderzoekers van het VU medisch centrum
hebben voor het eerst een anti-kanker gen op het X chromosoom ontdekt. Het gaat hier om
het zogenoemde FANCB gen. De implicaties van deze ontdekking zijn enorm. De kans dat een
cel verandert in een kankercel als gevolg van een defect in het FANCB gen is minimaal een
miljoen keer groter dan in elk willekeurig ander anti-kanker gen. De ontdekking van
FANCB op het X chromosoom werpt een nieuw licht op het ontstaan van kanker bij de mens,
met mogelijk belangrijke consequenties voor de behandeling van kankerpatiënten,
aldus de onderzoekers.
Bron: VU Amsterdam
Alternatieven:
De maretakbehandeling
De maretak is in de loop van de laatste honderd jaar op geheel nieuwe wijze in het
middelpunt van de belangstelling geraakt. De Keltische druïden vereerden haar al en voor
hen was zij de alles helende plant. In de Middeleeuwen werd de maretak, ook
wel mistel genoemd, tegen leverkwalen aangewend en later ook tegen hoge bloeddruk. In het
begin van de twintigste eeuw ontwaakte er een nieuwe belangstelling voor deze plant. De
Duitse plantkundige Karl von Tubeuf bijvoorbeeld begon omstreeks 1907 met de verzameling
van alle bestaande kennis omtrent de maretak: kennis die was verkregen via
natuurwetenschap, mythologie en cultuurgeschiedenis. En zeer recent (2003) hebben twee
Duitse onderzoekers in een bijzonder lijvig boek alle gegevens over de maretak en alle
onderzoeken die hiernaar zijn gedaan, beschreven. Daarmee is haar wetenschappelijke status
op een heldere manier inzichtelijk gemaakt. 1)
1) G.S. Kienle en H. Kiene, Die Mistel in
der Onkologie, Fakten und konzeptionelle Grundlage, Schattauer 2003.
Onderzoekers NKI-AVL zetten stap
op weg naar immuuntherapie
Onderzoeker Jacques Neefjes van het
Nederlands Kanker Instituut Antoni van Leeuwenhoek Ziekenhuis (NKI-AVL) heeft met
zijn team een nieuwe stap gezet op weg naar een succesvolle immuuntherapie tegen kanker.
Een artikel hierover verschijnt 3 maart in het gezaghebbend blad Nature.
Met hun onderzoek, dat gefinancierd wordt
door het KWF Kankerbestrijding hebben Neefjes en zijn team een nieuw inzicht gegeven in de
werking van het immuunsysteem. Om het afweersysteem te activeren zodat kankercellen
vernietigd kunnen worden, moeten verschillende cellen uit het lichaam met elkaar kunnen
communiceren, zo is uit eerder onderzoek al gebleken. Neefjes en zijn team hebben nu
inzicht gegeven hoe deze communicatie tussen cellen en het afweersysteem kan plaats
vinden. Dit gebeurt door zogenoemde gap junctions. Dit zijn kleine kanaaltjes die cellen
met elkaar verbinden. Deze gap junctions laten cellen op verschillende niveaus met elkaar
communiceren. Neefjes en zijn collegas , in samenwerking met het LUMC Leiden, tonen
aan dat op deze manier ook immunologische informatie wordt doorgegeven. Ook aan cellen van
het afweersysteem waardoor dit geactiveerd kan worden.
Informatie overdracht
Bij een virusgeïnfecteerde cel wordt uiteindelijk een klein stukje van dit virus
aan het afweersysteem getoond. Een goed werkend afweersysteem ziet dat dit
stukje afkomstig is van een virus en geeft zogenoemde killercellen opdracht de cel met de
indringer te doden. Deze killercellen zijn echter niet in grote getale aanwezig. Daarom
moeten ze na een infectie in aantal toenemen. Een identiek systeem moet bij immuuntherapie
voor kanker gaan werken. Dit kan echter alleen als het afweersysteem de juiste informatie
krijgt. Hierin hebben, zo blijkt nu, gap junctions een belangrijke functie. Bij veel
kankercellen blijken deze kanaaltjes geremd te zijn. Het zou kunnen dat de
afweercellen daardoor niet geactiveerd worden waardoor het afweersysteem geblokkeerd
raakt. Volgens Neefjes zou dat dus kunnen betekenen dat de tumorcellen onvoldoende
worden herkend door het afweersysteem.
Met deze wetenschap kunnen onderzoekers
nu zoeken naar nieuwe methoden om het afweersysteem tegen kankercellen te activeren.
Vervolgonderzoek zal zich daarom concentreren op de mogelijkheden om dit nieuwe inzicht te
vertalen naar een succesvolle immuuntherapie tegen kanker.
[Bron: Antoni van Leeuwenhoek Ziekenhuis]
Functie van kankergenen ontdekt
NKI-AVL-promovendus Sebastian Nijman
heeft tijdens zijn promotie-onderzoek nieuwe genen ontdekt die betrokken zijn bij het
ontstaan van kanker. De resultaten van zijn onderzoek hebben aanleiding gegeven tot een
nieuwe behandeling van patiënten met een erfelijke vorm van kanker, cylindromatose. Het
onderzoek werd mede-gefinancierd door de Nederlandse
Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO). Sebastian Nijman promoveert op 27
april aan de Universiteit Utrecht
Patiënten met de zeer zeldzame erfelijke
aandoening cylindromatose krijgen vele goedaardige tumoren op de huid. De tumoren komen
voornamelijk voor op het hoofd en kunnen daar ernstige misvormingen veroorzaken.
Bij mensen met deze ziekte is het eiwit
CYLD gemuteerd. NKI-AVL-onderzoeker Sebastian Nijman ontdekte samen met zijn
collegas het moleculaire mechanisme dat ten grondslag ligt aan cylindromatose. Hij
gebruikte hiervoor genetische screens. Uit het onderzoek van Nijman blijkt dat het
CYLD-eiwit een belangrijke rol speelt in de NF-kappaB-signaleringsroute. Dit is een
cellulair communicatiesysteem. Deze signaleringsroute is overactief als het CYLD-eiwit is
gemuteerd. Hierdoor wordt de groei van cellen gestimuleerd en ontstaan tumoren.
Een belangrijke implicatie van dit
onderzoek is dat remming van de NF-kappB-route in cylindromatosis patiënten een adequate
behandeling zou kunnen zijn. Een welbekende remmer van deze route is aspirine en een
klinisch onderzoek naar de effectiviteit van aspirinezalf in de behandeling van
cylindromatose wordt op dit moment in het NKI-AvL uitgevoerd.
Fanconi-anemie
De promovendus hield zich tevens bezig met een andere vorm van erfelijke kanker,
Fanconi-anemie. Mensen met deze ziekte krijgen op jonge leeftijd al vele zeer kwaadaardige
tumoren. De ziekte ontstaat als het reparatiesysteem van de cel twee aan elkaar gekoppelde
DNA-strengen niet meer uit elkaar kan halen.
Een eiwit dat verantwoordelijk is voor de
reparatie van deze DNA-schade is FANCD2. Dit eiwit wordt aan een tweede eiwit, ubiquitine,
gekoppeld, wanneer de cel merkt dat er DNA-schade is ontstaan. Nijman identificeerde een
derde eiwit, USP1, dat het FANCD2 weer loskoppelt van het ubiquitine. USP1 speelt zo een
rol in de reparatie van DNA-schade en mogelijk in het ontstaan van kanker.
TU Delft werpt licht op gedrag
kankercellen
Dankzij beeldvormende en
analysetechnieken gebruikt door de TU Delft, heeft een internationale groep van
wetenschappers meer inzicht gekregen in het gedrag van kankercellen. De Delftenaren
brachten als eersten de onderlinge posities en bewegingen van de uiteinden van chromosomen
(telomeren) in kaart. In kankercellen blijken deze telomeren zich anders te gedragen dan
in gezonde cellen. Online is een publicatie over het onderzoek verschenen in het
belangrijke Amerikaanse wetenschappelijke tijdschrift PNAS.
Volgens de Delftse onderzoeker Dr. Yuval
Garini is het onderzoek gefocust op de structuur en organisatie van het genetische
materiaal in de celkern en hoe deze organisatie verandert in kankercellen. In dit
onderzoek verstoorde men één specifiek gen in een cel waardoor deze veranderde in een
kankercel en vervolgens keek men naar het gedrag van de chromosomen in de celkern, meer
specifiek naar de uiteinden ervan, de zogenaamde telomeren. In een eerder onderzoek hadden
de wetenschappers al ontdekt dat deze telomeren zich in gezonde cellen in een goed
gedefinieerde structuur bevinden, dat verandert tijdens de celcyclus.
Uit het meest recente onderzoek blijkt nu
dat deze organisatie bij kankercellen is verstoord: de telomeren klitten na een celdeling
samen. De onderzoekers, behalve uit Delft afkomstig uit Canada, Duitsland en Frankrijk,
hebben gezien hoe telomeren, en dus chromosomen, in kankercellen aan elkaar vast gaan
zitten. Bij de volgende celdeling breken deze samengesmolten chromosomen vervolgens op
willekeurige posities af. Doordat de uiteinden van de chromosomen daarna niet meer
beschermd zijn, gaan ze op zoek naar andere chromosomen om mee samen te smelten. Op deze
manier ontstaan combinaties van chromosomen die nooit bedoeld zijn.
De rol van de TU Delft in dit onderzoek
betrof het getalsmatig in kaart brengen en analyseren van de veranderende posities van de
telomeren en chromosomen, zowel in gezonde cellen als in kankercellen. Om de telomeren te
kunnen volgen, worden ze eerst chemisch verbonden met fluorescerende moleculen. De
gelabelde telomeren zijn vervolgens te volgen met een zogenaamde fluorescentiemicroscoop.
De Delftse onderzoekers (dr. Yuval Garini
en promovendus Bart Vermolen, afkomstig uit de groep van prof.dr. Ian Young) hebben
speciaal voor telomeren een analysemethode ontwikkeld die hun posities en bewegingen
gedurende de ontwikkeling van een cel getalsmatig en geometrisch vastleggen.
Door de positie van telomeren in de
celkern te bestuderen kan men op een nieuwe en wellicht makkelijkere manier bepalen of een
cel een kankercel is. Verder kan het inzicht in het gedrag van telomeren in kankercellen
misschien nieuwe aanknopingspunten bieden voor het bestrijden van kanker. Volgens
professor Ian Young is het onderzoek slechts een van de velen aan de TU Delft waarbij
technologische methoden worden gebruikt voor medisch onderzoek. Hij verheugt zich met name
op een steeds intensievere samenwerking met de universiteiten van Leiden en Rotterdam op
dit gebied.
Technische Universiteit Delft
Groei kankercellen veel eerder
detecteerbaar
Kankerpatiënten die behandeld worden met
straling of chemo-kuren moeten vaak maanden wachten voordat ze weten of de behandeling
aanslaat. Onderzoek aan de Technische Universiteit Eindhoven (TU/e) kan er in de toekomst
toe leiden dat deze wachttijd drastisch verkort kan worden, tot zelfs enkele dagen.
Daarnaast kan het onderzoek bijdragen aan de ontwikkeling van nieuwe medicijnen tegen
kanker. Drs. Willem Mulder, promovendus aan de TU/e, heeft een doorbraak bereikt in het
vroegtijdig detecteren van tumorgroei en afname met behulp van Magnetic Resonance
Imaging (MRI) technieken.
Op dit moment wordt in ziekenhuizen de
werking van kankermedicijnen voor een belangrijk deel afgemeten aan de groei van tumoren
die via MRI- of Röntgenopnames wordt bepaald. Vaak is een verandering van de grootte maar
lastig op te merken. Artsen doen dat via het opmeten van het oppervlakte van de tumoren op
de scans, of via het analyseren van een klein stukje tumorweefsel dat van de patient wordt
afgenomen. Pas na enkele maanden kunnen artsen met zekerheid zeggen of tumoren gewoon
doorgroeien, zijn gestopt met groeien of zelfs afnemen in grootte.
Contrastmiddel
De techniek van Willem Mulder gaat uit van een geheel ander principe. Hij kan de
specifieke cellen zichtbaar maken die de groei van tumoren bepalen. Wat voorheen enkele
maanden duurde, kan nu binnen een paar dagen. Die specifieke cellen, endotheelcellen
genaamd, bevinden zich in bloedvaten. Omdat groeiende tumoren veel voedingsstoffen nodig
hebben, vormen zich rondom de tumor veel nieuwe bloedvaatjes, waarbij de endotheelcellen
opeens actief worden. Willem Mulder wist een vloeistof (contrastmiddel) met magnetische
eigenschappen te ontwikkelen, dat zich aan de actieve endotheelcellen kan vasthechten. Bij
een MRI-scan licht het contrastmiddel sterk op en kan tot op moleculair niveau de groei
van de tumor vastgesteld worden.
Medicijnen
Hierdoor kan veel eerder de werking van kankerremmende medicijnen worden bepaald. Dit is
van groot belang bij het testen van nieuwe medicijnen. In kortere tijd en tegen geringere
kosten kunnen veel meer potentiële medicijnen worden getest, waardoor de ontwikkeling van
nieuwe medicijnen drastisch versneld kan worden. Voordat deze vinding direct bij
kankerpatiënten kan worden toegepast, kan het echter nog jaren duren, aldus Willem
Mulder.
Jonge tumoren
Met eenzelfde techniek zouden in de toekomst ook beginnende kankergezwellen herkend kunnen
worden. Op dit moment worden jonge tumoren pas op een later stadium door MRI- of CT-scans
herkend. Met een soortgelijke techniek zouden beginnende bloedvaatjes in een veel vroeger
stadium kunnen oplichten, waarmee behandeling een stuk eerder en effectiever ingezet zou
kunnen worden. Daarnaast kunnen dit type magnetische contrastmiddelen ook worden ingezet
bij het behandelen van hartinfarct en beroertes. Mulder ontwikkelde deze techniek bij de
onderzoeksgroep van prof. dr. Klaas Nicolay aan de faculteit Biomedische Technologie van
de TU/e.
Vrijwilligers
gezocht
U zult begrijpen dat wij
onmogelijk alles alleen kunnen doen dus mocht je willen helpen bij een bepaald thema,
vertaalwerk, links bezoeken etc dan is alle hulp welkom.
Mvg
Ron Fonteine
Email adres: ugamedia@wirehub.nl